“De dochter van Berlusconi draait nu de scepter bij AC Milan.”

Ik word blij als ik zoiets hoor.

Ik word blij, want ik denk aan een oud, mooi verhaal: de scepter, een staf, is een symbool van koninklijke of goddelijke macht. Zo had de  Perzische koning Xerxes de gewoonte iedereen die ongevraagd bij hem kwam om te brengen. Als hij iemand in leven wou laten, reikte hij diegene de scepter aan, je zou kunnen zeggen: draaide diegene de scepter toe.

Ik word blij, want ik voel hoe de verspreking is ontstaan: een scepter draag je en zwaai je. Zeg maar eens tegelijkertijd “draagt” en “zwaait”.

Ik word blij, want ik hoor een mooi woord. Skeptrrrr, zo klinkt het. Bijzonder, zo’n als k uitgesproken c. ¬†En de associaties die het woord oproept, die bevallen me: van kroningsfeesten, al zwaait de Nederlandse koning niet letterlijk de scepter, tot de sympathieke stichting Skepsis,

Taal is prachtig.

Bron: wikipedia
Rijksappel en scepter. Bron: wikipedia